Spring naar de inhoud
Voor minima Voor vrouwen Voor gezinnen met kinderen Voor jongeren Voor kunstenaars Voor vrijwilligers en stagiairs In de wijk

De Werkfabriek: De druk om te Reintegreren PDF Print Email

De Werkfabriek: De druk om te Reintegreren

juni/juli 2006.

Sinds de nieuwe wet Werk en Bijstand die op 1 januari 2004 is ingegaan, zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor het uitkeringsbudget. Ze hebben er dus alle belang bij zoveel mogelijk mensen uit de uitkering te houden. ‘’Werk boven uitkering’’ is de nieuwe slogan. Erg populair zijn momenteel de zogenaamde work-first trajecten. Deze lijken echter de aandacht af te leiden van het werkelijke probleem.

kruipende uitkeringsgerechtigde

De praktijk van work-first houdt in dat werklozen in werkplaatsen routinearbeid van zeer laag niveau moeten verrichten voor zeer weinig loon. Commerciële reïntegratiebureaus worden ingehuurd om deze werkplaatsen te organiseren. Vaak gebeurt dit in samenwerking met sociale werkplaatsen. Hoewel dit alles deel uit maakt van een reïntegratietraject, wordt in opleiding en ontwikkeling nauwelijks geïnvesteerd.

De Werkfabriek
Ook in Utrecht hebben dergelijke trajecten inmiddels ingang gevonden. Het blijkt dat bij sommige reïntegratiebureaus mensen voor hun uitkering 32 uur per week productiewerk moeten doen. Ze verdienen dus minder dan het minimumloon en hebben niet de normale rechten, zoals pensioenopbouw. Ook is niet duidelijk hoe de mensen verzekerd zijn, mocht er op het ‘’werk’’ een ongeval gebeuren. Een voorbeeld van een work-first traject in Arnhem is ‘’De Werkfabriek’’ van Sagenn. Op de site www.werkenzonderwerk.nl is een huiveringwekkend dagboek te lezen wat is bijgehouden door  de journaliste Jacqueline Grosman, die hier een traject gevolgd heeft.
In augustus 2005 hebben grote aantallen ontslagen ID-werknemers van de gemeente  een ‘’baan’’ aangeboden kregen bij sociale werkplaats UW. Ook dit kan als een vorm van work-first beschouwd worden. De directeur van UW praatte dit beleid goed door te zeggen dat de gemeente fors investeert in de ontslagen ID-werknemers en dat daar iets voor terugverwacht mag worden. Het lijkt wel alsof het een gunst is dat gemeente in deze mensen investeert. De gemeente heeft deze werknemers ontslagen, dus het lijkt eerder zo dat het de ID-ers  zijn die iets mogen terugverwachten.

Kleuters
Volwassen mensen worden in dit soort trajecten als kleuters bij de hand genomen en moeten ‘’voor hun eigen bestwil’’ een van tevoren vaststaand traject volgen. Iedereen volgt hetzelfde traject, ongeacht achtergrond, opleiding of werkervaring. Als de gemeente niet naar individuen kijkt, kan ze echter onmogelijk weten wat voor ieders ‘’bestwil’’ is. Het nemen van besluiten voor een hele groep is bovendien bijzonder stigmatiserend.
Werk wordt in dit soort trajecten puur instrumenteel beschouwd, namelijk als middel om uit de uitkering te komen. Het wordt niet beschouwd als iets wat te maken heeft met zingeving, zelfontplooiing, het beste uit jezelf halen, waardering, maatschappelijk nut en zekerheid. Het gevaar bestaat dan ook dat het mensen depressief, passief, gedemotiveerd en onverschillig maakt en dat ze hun zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde verliezen. Beter is het om een beroep te doen op intelligentie, creativiteit, initiatief, zelfstandigheid en doorzettingsvermogen en om uitdaging en afwisseling te bieden. Work-first biedt niets van dit alles; het werk wordt bewust vervelend gehouden, omdat dat mensen zou stimuleren een baan te zoeken. Het idee hierachter is dat mensen niet aan het werk willen. Wie dit ‘werk’ weigert krijgt dan ook geen uitkering.
Mensen moeten hun talenten en levenservaring kunnen gebruiken. Mensen zouden de kans moeten krijgen alternatieven te ontwikkelen en hierin begeleid moeten worden indien gewenst. De huidige maatschappij vraagt van mensen dat ze flexibel zijn, maar tegelijkertijd zijn de reïntegratieregels bijzonder star. Ook wordt er in deze tijd een beroep gedaan op eigen verantwoordelijkheid en initiatief. Daar moet dan wel ruimte voor gegeven worden.

Arbeid en Zweet
Work-first heeft niet meer te bieden dan een vast arbeidsritme. Na afloop van het traject, dat maximaal 9 maanden duurt, zijn mensen terug bij af en komen weer in een volgend reïntegratietraject terecht. Met work-first bouw je geen werkervaring in je eigen vakgebied op en verklein je de kans om alsnog in je eigen vak aan het werk te komen.
Ook in deze moderne tijd lijkt nog steeds het calvinstische idee “werken in het zweet uws aanschijns’’ het uitgangspunt te zijn als het gaat om werk. Je toont pas doorzettingsvermogen en bereidheid tot werken als je je nergens “te goed” voor voelt, alsof het eervol is om je vaardigheden weg te gooien. Mensen hebben juist de persoonlijke en maatschappelijke plicht iets met hun talenten te doen. Weigeren van werk hoeft niet arrogant te zijn, maar kan getuigen van een gezond gevoel van eigenwaarde. Het gaat in het werkgelegenheidsdebat alleen maar over de plicht om te werken, maar er bestaat ook nog zoiets als een recht om te werken. Namelijk het recht op zinnig werk, waarin je je kunt ontplooien. We leven in een meritocratie. Mensen moeten dan ook de kans krijgen op hun merites (verdiensten) beoordeeld te worden, of het nu om iets eenvoudigs gaat of om iets hoogwaardigs.

Werkloosheid is een maatschappelijk onderwerp waar iedereen een mening over heeft. Werklozen moeten dankbaar zijn voor elke  ‘’baan’’ en ze moeten vooral hun plaats kennen. Ze worden betutteld en misbruikt om de eigenwaarde en superioriteitsgevoelens van anderen te versterken, die denken te kunnen en mogen bepalen wat goed voor ze is, zonder te vragen wat de werkloze zelf wil. Dat is zeer arrogant en berust op vooroordelen.

Alternatieven
Het idee dat (werkloze) mensen iets moeten bijdragen aan de maatschappij waarvan ze deel uitmaken lijkt gerechtvaardigd. Maar als solliciteren niets oplevert, zijn er zinniger alternatieven denkbaar dan work-first. Mensen zonder baan kunnen een opleiding volgen, of vrijwilligerswerk gaan doen. Er blijft nu veel nuttig gemeenschapswerk liggen, doordat er een enorm tekort aan vrijwilligers is. Het zou goed zijn als mensen zelf konden kiezen waar ze vrijwilligerswerk willen doen en dat ze dan (tijdelijk) vrijstelling krijgen van de sollicitatieplicht. Misschien kan vrijwilligerswerk in bepaalde gevallen zelfs een alternatief voor een betaalde baan zijn. Het moet echter duidelijk zijn dat deze mensen geen werknemers zijn. Ze hebben niet dezelfde rechten als werknemers en men mag ze dus ook niet dezelfde plichten opleggen.

WORK FIRST

Bij work-first bespaart de gemeente op bijstandsuitkeringen en krijgt van het rijk alle ‘’reïntegratiekosten’’ vergoed. Het reïntegratiebedrijf waarmee de gemeente een contract afsluit, verhuurt de werklozen tegen zeer laag tarief terug aan de gemeente, bijvoorbeeld voor stadsreiniging of groenvoorziening. Als propaganda naar de buitenwereld wordt gezegd dat het makkelijker is voor mensen om vanuit een werkende situatie te solliciteren. Dat er een groot tekort aan werkgelegenheid is zegt men er niet bij. Het lijkt wel eigen schuld als je geen werk hebt en dat je dan -ongeacht ervaring en opleidingsniveau- maar met alles genoegen moet nemen. Work-first leidt tot korte termijn denken en investeert niet in opleidingen, waarmee mensen duurzaam aan een goede baan geholpen kunnen worden. 

http://www.jacquelinegrosman.nl/werkenzonderwerk/index.html
Philippe Blankert- Zonder werkboek.
© Werklozenbond | Colofon