Spring naar de inhoud
Voor minima Voor vrouwen Voor gezinnen met kinderen Voor jongeren Voor kunstenaars Voor vrijwilligers en stagiairs In de wijk

JUK: Jeugdwerkloosheid; een impasse PDF Print Email

JEUGDWERKLOOSHEID: EEN IMPASSE

April 2006.


De jeugd heeft de toekomst, is een welluidend spreekwoord. Vanaf de jaren tachtig heeft dit gezegde echter een wrange bijklank; jeugdwerkloosheid. Sindsdien zijn er veel plannen geopperd en uitgevoerd om jeugdwerkloosheid te stoppen. Jeugdwerkloosheid is er nog steeds.

In januari 2006 luidde het Centraal Cultureel Planbureau de noodklok. Onder autochtonen is de jeugdwerkloosheid 20 procent. Onder allochtonen heeft maar liefst 40 procent van de mensen tussen de 18 en 25 geen baan. Dit is een ernstig gegeven. Dat blijkt ook uit onze research naar dit onderwerp. Van de 16 artikelen die voor dit stuk zijn gebruikt, is er welgeteld eentje positief. En dat is eigenlijk alleen maar positief om de Taskforce Jeugdwerkloosheid te promoten. Zoals altijd bralt het kabinet ook bij dit onderwerp de macho harde taal die tegenwoordig in is. De jeugd is arrogant en soft en moet vooral aan het werk gezet worden. Ook gemeenten gaan voor de harde aanpak. Maar werkt het ook allemaal?

Hoenderhok
Eerst een overzicht. De gemeente Amsterdam gooide de knuppel in het hoenderhok. Afgelopen oktober besloot ze dat er voor jongeren geen recht meer op uitkering zou zijn. Wie jonger is dan 27 en geen werk heeft, heeft geen recht meer op bijstand. “Ze moeten verplicht naar school, aan het werk, of stage lopen.”, vindt de gemeente. Andere gemeenten volgden dit voorbeeld. Ook Utrecht wil voor gedwongen aanpak bij werkloosheid een leeftijdsgrens van 27 jaar. Tot die leeftijd moeten jongeren in ruil voor een uitkering voor de gemeenschap werken of terug naar de schoolbanken, vindt de gemeente Utrecht.
Het kabinet gaat nog wat verder in zijn plannen om jeugdwerkloosheid tegen te gaan. Zij wil ook ouders bestraffen. Staatsecretaris van Hoof van Sociale Zaken opperde dat ouders van pubers die zonder diploma de school verlaten, hun recht op kinderbijslag zouden moeten verliezen. Er gaan stemmen op om ook ouders die in de ogen van het kabinet falen in de opvoeding van hun kinderen, geen kinderbijslag meer te geven. “Als je als overheid geld overmaakt”, zegt Steven van Eijck, commissaris jeugd en jongerenbeleid van de regering, “Moet je daar toch ook iets voor terug kunnen vragen.”
Staatsecretaris van der Hoeven, van Onderwijs, wil dat jongeren zonder diploma zich ieder dag melden bij een ‘meldplichtambtenaar’ om te vertellen hoe ze hun dag hebben doorgebracht. De leerplicht moet omhoog, naar 18 jaar.

Drilsergeant
De al eerder genoemde Taskforce Jeugdwerkloosheid heeft begin dit jaar het plan opgevat om jongeren zonder werk in kazernes, onder supervisie van een drilsergeant, normen en waarden bij te brengen. Daarvoor is er een meerderheid in de Tweede Kamer. PvdA en CDA zien wel wat in dit plan. “Het gaat niet om straffen”, zegt de CDA-woordvoerster nog, “Maar om jongeren perspectief te bieden.”
Het is de vraag in hoeverre dat perspectief met al deze maatregelen geboden wordt. Jongeren zonder werk geen uitkering meer geven klinkt stoer, en bespaart geld. Dat is goed voor wethouder en gemeente, maar wat voor vooruitzicht biedt het de werkloze jongere? Door een jonge werkloze zijn inkomen af te nemen, dalen zijn mogelijkheden om zelf werk te vinden aanzienlijk. Zijn kansen op een normaal leven en werk worden hem afgenomen. Dat geldt in nog grotere mate voor het afpakken van kinderbijslag van ouders van vroegtijdige schoolverlaters. Het grootste deel van de kinderen die vroegtijdig de school verlaten zonder diploma komt uit arme gezinnen. Zo’n gezin verliest in een klap alle mogelijkheden iets te doen aan de situatie. De jongere kan niet meer naar school, want daar is het geld voor afgenomen. Normaal leven wordt onmogelijk. Van een inkomen zonder kinderbijslag is het moeilijk om als gezin met kinderen rond te komen. En wat opsluiting in een kazerne bij een sergeant de jongere werkloze voor perspectief biedt, is ten ene male onduidelijk.
Door deze maatregelen wordt jongere werklozen de eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden om uit de situatie te komen afgenomen. Het gevolg is dat ze door de overheid geholpen moeten worden. Dan zouden de opgelegde trajecten waar jonge werklozen in terechtkomen wel goed moeten zijn. Dat blijkt niet het geval. Work first, heten deze trajecten in de ambtelijke mond. Vaak zijn het maatschappelijke stages, of nog erger. Over de werkplekken zegt bijvoorbeeld de Haagse wethouder voor Sociale zaken: “En dan is het dus niet de bedoeling dat ze ergens zakjes plakken of dozen vouwen. Het moet echt duurzaam zijn.” Dat klinkt prachtig. “Denk bijvoorbeeld aan de sociale werkvoorziening.”, volgt hij dan. Zo worden dus mensen die echt afhankelijk zijn van sociale werkvoorziening uit hun banen gedrukt om plaats te maken voor jongere werklozen.  De gemeente en de regering moeten oppassen dat deze Work first trajecten voor jongere werklozen niet Work Last trajecten gaan worden. Jongeren dreigen uitzichtloos, voor eeuwig in deze projecten vast te hangen zonder verder perspectief op regulier werk.

Ingewerkt personeel
Het valt op dat bijna alle maatregelen neer komen op het straffen van de werkloze, in de verwachting dat hij dan snel een baan vindt. De al genoemde Taskforce Jeugdwerkloosheid is wel op zoek naar stageplekken voor jongeren bij bedrijven, maar “Bedrijven nemen toch een risico door een jongere werkloze in dienst te nemen.” Die uitspraak geeft helemaal de stemming weer waarin deze discussie gevoerd wordt. Vergeten wordt dat we straks iedereen nodig zullen hebben! Als over een aantal jaren de meerderheid van  de huidige werkenden met pensioen is, hebben bedrijven mankracht en personeel nodig. Door die nu in dienst te nemen en goed te begeleiden heeft een bedrijf straks goed opgeleid en ingewerkt personeel. Daar liggen enorme kansen voor zowel de regering als het bedrijfsleven. Het is helemaal geen risico om een jonge werkloze in dienst te nemen. Het is toekomstgericht denken. De regering zou bedrijven dit feit onder ogen moeten laten zien. 

© Werklozenbond | Colofon