Reïntegratiebureaus op verkeerd spoor
April 2006.
Al 20 jaar, sinds 1984, staan in Nederland ca. 1,7 miljoen mensen langs de kant (WAO, WW en bijstand). Ook worden er al 20 jaar lang 6 miljoen arbeidsjaren per jaar verzet (gecorrigeerd voor het parttime effect). Reintegratiebureaus leken een oplossing te bieden voor de werkloosheid. Inmiddels blijken ze, ondanks de hoge kosten, niets bij te dragen aan de terugdringing van het aantal werklozen. Bovendien zijn er erg veel klachten over de aangeboden trajecten.
Volgens het CPB is de werkgelegenheid sinds 2001 gekrompen, terwijl de werkloze beroepsbevolking, inclusief degenen zonder uitkering, alleen maar stijgt. Ook neemt het aantal werkzoekenden toe door sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders met kleine kinderen en mensen ouder dan zevenenvijftig en een half jaar oud. Als mensen met WW, WAO, bijstand en niet uitkeringsgerechtigde werklozen (NUG-gers) meegeteld worden, staan we in Europa op nummer één voor het
percentage werklozen op de totale beroepsbevolking. De nuttige werkgelegenheid zal structureel blijven dalen, maar het fundamentele probleem van 1,7 miljoen werklozen tegenover 6 miljoen arbeidsjaren wordt niet aangepakt. Het vraagstuk wordt afgekocht door miljarden te besteden aan reintegratie, terwijl dit de werkgelegenheid op geen enkele manier vergroot.
Klasje
Volgens het UWV is reïntegratie “er alles aan doen om te zorgen dat iemand snel en verantwoord weer aan het werk kan’’. Toch resulteert slechts tussen de 10 en 20 procent van de reïntegratietrajecten in
duurzame uitstroom naar werk. Maar zelfs als iemand dankzij een reïntegratiebureau aan een baan geholpen wordt, betekent dit dat iemand anders die baan niet krijgt. Het aantal werklozen neemt er dus niet door af. Wel is door strengere eisen het aantal mensen met een uitkering afgenomen, maar waar die mensen gebleven zijn, is niet bekend. Te vrezen valt dat veel mensen in verborgen armoede terecht zijn gekomen.
Een reïntegratiebureau is bedoeld om mensen aan het werk te helpen. Het zou dan ook een groot netwerk moeten hebben van werkgevers in de regio. Dit blijkt meestal niet het geval te zijn. Ook over de aangeboden trajecten komen veel klachten binnen. Vaak zitten mensen met de meest uiteenlopende achtergrond en opleiding in een ‘’klasje’’ bij elkaar en blijft de begeleiding beperkt tot een standaard sollicitatietraining en gezamenlijke baan zoekochtenden. Er is geen ruimte om de biografie van een cliënt door te praten en te kijken wat een cliënt
werkelijk wil en kan, of om met een interesse- en capaciteitentest te kijken waarvoor de cliënt geschikt is. Als een cliënt kritiek uit, wordt er regelmatig gedreigd met korting op de uitkering. Aangeboden cursussen sluiten vaak niet aan bij de wensen en vooropleidingen van de cliënt en eigen cursusinitiatieven van de cliënt worden vaak afgewimpeld. De sollicitatiecursussen sluiten vaak niet aan op het gemiddelde niveau. Regelmatig ook is er twijfel aan het niveau van de cursusleid(st)er. Het komt zelfs voor dat cliënten een blanco plaatsingsformulier moet tekenen, waarna het reïntegratiebureau het formulier met verdraaide informatie invult. Veel mensen zijn dan ook niet tevreden over de uiteindelijke resultaten (werk, om- of bijscholing) van het traject. Een reïntegratiebureau ontvangt van de overheid 5.000 euro per werkloze. Een klasje van twintig werklozen levert dus 100.000 euro op, terwijl de kosten voor zo’n klasje hooguit 5.000 euro bedragen (consulent, huur van de ruimte,
vervolggesprekken, p.c.-aansluiting). Als iemand een baan vindt, meldt het bureau aan het UWV dat de cliënt geplaatst is en krijgt een bonus, zelfs als iemand de baan zelf gevonden heeft. De bureaus ontvangen dus enorm veel geld voor een cliënt, terwijl ze nauwelijks kosten maken.
Ondanks het gebrek aan werkgelegenheid blijft het voornaamste doel van een reïntegratiebureau het aan het werk helpen van mensen. De reïntegratie-werknemers worden afgerekend op hoeveel plaatsingen ze regelen, waar ze iemand plaatsen, doet er niet toe.
Tevreden
Het is dus tijd voor een andere benadering. Het is beter om reïntegratie te
zien als hulp om goed te definieren wie
iemand is, wat iemand te bieden heeft en waar iemand gelukkig van wordt. Het ontwikkelen van een perspectief: “Hoe leef ik enigszins tevreden en gelukkig ondanks dat betaald werk uitblijft’’, zou een van de belangrijkste taken moeten zijn van een reïntegratiebegeleider. Het is belangrijk dat mensen werk vinden wat bij ze past, zodat ze hun talenten kunnen inzetten voor de maatschappij.
Het zou beter zijn te investeren in meer werk, meedoen en minder regels. Participatie kan heel veel omvatten. Klassieke arbeid, studie, erkend vrijwilligerswerk, leerwerkstages. Mensen hebben dan veel meer mogelijkheden om iets te kiezen. Het biedt mensen de mogelijkheid om nieuwe dingen uit te proberen en nieuwe talenten van zichzelf te ontdekken en het kan een opstap zijn naar een nieuwe loopbaan. Op het CV wordt het door werkgevers ook erg gewaardeerd. Mensen houden hun vaardigheden in stand en kunnen een bijdrage leveren aan de maatschappij. Ook voorkomt het kapitaalvernietiging, want het gaat om mensen die wel degelijk iets kunnen, of het nu iets eenvoudigs of iets hoogwaardigs is. Bovendien heeft de maatschappij geïnvesteerd om die capaciteiten te ontwikkelen.
Vrijheid
Teveel focussen op solliciteren maakt het leven leeg en betekenisloos. Belangrijk is het om dingen te doen die de moeite waard zijn. Een voordeel van werkloosheid is tijd. Het kan de eerste aanzet zijn tot een leven dat veel meer op
iemands eigen drijfveren gebaseerd is.
Op die manier komt vrijheid niet alleen toe aan mensen met hoge inkomens,
maar ook aan werklozen of mensen in de bijstand. Ware emancipatie is solidariteit met vrijheid combineren.
Voor meer informatie:
www.WerkEnUitkering.nl; over het combineren van werk en uitkering
www.kiesjereintegratie.nl; adressen van bij De Bestemming aangesloten bureaus
www.ikwilwerken.nl
“Zonder Werkboek” door Philippe Blankert e.a.
Borea
De grote reïntegratiebureaus zijn aangesloten bij branchevereniging Borea, die een keurmerk formuleert dat de procedure keurig waarborgt, maar niets zegt over de kwaliteit. Uit onvrede met de bestaande bureaus richtte Philippe Blankert in 2003 branchevereniging De Bestemming op. De hierbij aangesloten bureaus kenmerken zich door een meer idealistische benadering. Ze werken meer individueel gericht en zijn daarnaast vaak gespecialiseerd in bepaalde doelgroepen, zoals hoogbegaafden, mensen met een achtergrond van psychische problemen, of mensen in een bepaalde beroepsgroep. Het beste is om geen bureau te nemen dat door UWV of gemeente is gecontracteerd. Wie WW of WAO heeft doet er goed aan om een IRO te vragen. Voordeel hiervan is dat het de vrijheid biedt om zelf een bureau, een passende consulent en een passend
trajectplan te kiezen. Men is dan klant i.p.v. uitkeringstrekker en krijgt veel meer individuele aandacht. Voor
bijstandsclienten bestaat deze keuzevrijheid helaas niet.
|