Spring naar de inhoud
Voor minima Voor vrouwen Voor gezinnen met kinderen Voor jongeren Voor kunstenaars Voor vrijwilligers en stagiairs In de wijk

Reintegratie: geen beleid, geen baan PDF Print Email
07 Nov 2008 om 14:23

Reintegratie: geen beleid, geen baan

De miljarden die de overheid jaarlijks uitgeeft aan de reïntegratie van werklozen, hebben weinig tot geen effect op het vinden van een baan. Het ministerie van Sociale Zaken heeft de cijfers tussen 2001 en 2005 bekeken. Hoe komt dit nu? Een analyse.

Over reïntegratietrajecten kun je veel vinden. Zo is er in Vlaardingen een rechtszaak begonnen omdat Work-First dwangarbeid zou zijn. Aan de andere kant juichen gemeenten en het rijk, omdat de instroom in de bijstand zo verminderd zou zijn door reïntegratie.  Wij zien even af van deze meningen en stellen ons de vraag: Wat is er misgegaan?Want er is veel misgegaan. In 2004 heeft 41 procent van de mensen in een traject werk gevonden. Het duurde gemiddeld twee jaar voor iemand werk vond. Dit blijkt uit het rapport van het ministerie van Sociale Zaken. Dat klinkt goed. Maar het merendeel zou die baan óók zonder hulp hebben gevonden. De besparing op uitkeringen weegt niet op tegen de uitgaven aan reïntegratie. Hoe kan dit nu?

Weggegooid geld
Reïntegratie is opgekomen na de invoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB) in 2004. Gemeenten werden ervoor verantwoordelijk. Want, zo was de gedachte, gemeenten weten veel beter waar reïntegratie nodig is. Alle gemeenten zijn in eerste instantie erg praktisch met dit geld omgegaan. Ze hebben het niet ingezet voor de mensen die baat zouden kunnen hebben bij reïntegratie. Nee, ze hebben het gebruikt om reïntegratietrajecten op te zetten voor die mensen die het snelst weer aan een baan zouden kunnen komen.
Het is zelfs nog erger. In 2004 waren er allerlei mogelijkheden voor mensen die moeilijk aan een baan zouden kunnen komen. Dat heette sociale activering. In Utrecht was er bijvoorbeeld ‘Anders actief’. Toen reïntegratie een feit werd, werden al deze mogelijkheden afgeschaft. Al het geld werd ingezet voor die mensen die het eenvoudigst aan een baan geholpen zouden kunnen worden.Al het geld is dus ingezet voor mensen die zonder dat geld ook wel aan een baan zouden zijn gekomen. En als iemand een baan op eigen kracht vond, werd dat opgeschreven als dat iemand een baan gevonden had dankzij het traject. De gemeente betaalde het reïntegratiebedrijf daar ook voor. Dat staat leuk in de cijfertjes. Maar het is wel weggegooid geld.

Work-First en sollicitatieklas
De huidige reïntegratietrajecten kun je ruwweg verdelen in twee soorten. Allereerst is er Work-First. Bij Work-First worden mensen die een uitkering aanvragen aan het werk gezet. Dit kan onbetaald zijn, of zoals in Utrecht, voor het minimumloon. Mensen doen daar gemakkelijk werk, zonder verantwoordelijkheid, zoals doosjes inpakken of ander klein lopende-band-werk.
Bij de andere vorm van reïntegratie komen mensen in een groep en leren ze hoe ze moeten solliciteren. Iemand kijkt naar het CV, ze moeten rollenspellen doen om beter voor de dag te komen tijdens het sollicitatiegesprek. Een dagdeel of een aantal dagdelen moeten mensen klassikaal achter een computer zitten en solliciteren. De rest gaat naar kleine trajecten voor speciale doelgroepen en kleine proeftrajecten, die zich richten op maatwerk.

Op je vingers natellen
Nu is het vreemde dat Work-First en sollicitatietrajecten, dus het gros van alle reïntegratietrajecten, gegeven worden aan de verkeerde mensen. Ga maar na. Iemand die een bijstandsuitkering aanvraagt staat nog niet zo ver van de arbeidsmarkt af. Die zou iets hebben aan het kijken naar het CV, wat bijspijkercursussen en een goed netwerk van bedrijven waar hij kan solliciteren. Maar deze persoon wordt gestopt in een Work First traject. Daar leert hij een dagritme opbouwen, weer van negen tot vijf werken... Dingen die hij allemaal al kan en waar hij niets aan heeft. Die bijspijkercursussen of nieuwe opleiding die echt meer kansen bieden op een baan, die kan hij nu juist niet doen, omdat hij vijf dagen per week moet werken.
Iemand die al langer een bijstandsuitkering heeft komt niet in Work-First. Die gaat het andere traject in. Maar zou juist wat hebben van het opbouwen van een dagritme, het leren van negen tot vijf te werken, een nieuwe structuur te vinden na tijden van werkloos zijn. Zo’n traject als Work-First dus, zonder druk en met goede begeleiding. Je kunt op je vingers natellen dat als iemand een baan vindt, het bijna altijd op eigen kracht zal zijn. Eerder ondanks dan dankzij het reïntegratieproces.

Afschrikwekkend
Work-First is eigenlijk ook helemaal geen reïntegratietraject. In Utrecht heet Work-First ‘Werk-Loont!’. In de stukken van de gemeente staat dat het de bedoeling is van Werk Loont om 30 procent van de instroom in de bijstand tegen te gaan. Dat betekent dat één op de drie mensen zo moet schrikken van het traject dat ze het uiteindelijk niet gaat doen, geen uitkering gaat aanvragen. Het is dus helemaal niet de bedoeling dat iemand er iets aan heeft. Het is de bedoeling dat het afschrikwekkend werkt.

Kapotte rug
90 procent van de reïntegratietrajecten zijn groepstrajecten. Er wordt niet individueel gekeken naar wat iemand het beste kan gebruiken. Bij Work-First staat de bouwvakker met een kapotte rug naast de afgestudeerde jongeman die nog geen baan heeft kunnen vinden en de vrouw die een eigen bedrijf had dat failliet is gegaan.
Ook bij de sollicitatiecursussen worden mensen in grote groepen begeleid. Ook hier is geen maatwerk, maar krijgt ieder in de groep hetzelfde aangeboden. Als je niet naar de persoon kijkt, is het gevolg dat niemand de goede begeleiding krijgt en iedereen 90 procent van de tijd niets heeft aan het traject. Want het is niet op haar leest geschoeid en zij kan er niets mee.

Traject richting niks
Het grote manco van de huidige reïntegratietrajecten is dat ze niet leiden naar een baan. Er zijn veel vakmensen nodig. In de ziekenzorg, in het onderwijs, in de bouw. En er zijn veel managers nodig. Veel secretaresses, zowel voor hogere als lagere functies. Maar reïntegratietrajecten leiden hier niet naar toe.  Er is geen reïntegratietraject ziekenzorg, met de bijbehorende cursussen en stages, er is geen reïntegratietraject waarbij je klassenassistent kunt worden, of secretaresse. Meestal is er zelfs niet eens een netwerk van bedrijven met wie het reïntegratiebedrijf contacten heeft.
Dat komt omdat heel strikt wordt vastgehouden aan het begrip ‘passende arbeid’. Alle arbeid is passende arbeid en je wordt geacht al het werk wat er is aan te nemen. Daardoor kan reïntegratie geen traject zijn naar een baan. Reïntegratie wordt zo verplicht solliciteren met hier en daar wat begeleiding. En als die begeleiding op is, beginnen we gewoon weer van voren af aan. Want naar een CV kun je altijd kijken en er altijd wel wat van vinden. Maar een baan, dat levert het niet op.

Laatst Geupdate ( 07 Nov 2008 om 15:18 )
© Werklozenbond | Colofon