Spring naar de inhoud
Voor minima Voor vrouwen Voor gezinnen met kinderen Voor jongeren Voor kunstenaars Voor vrijwilligers en stagiairs In de wijk

Participatieplaatsen/ werken met behoud van uitkering PDF Print Email
28 Apr 2009 om 12:10

Participatieplaatsen/ werken met behoud van uitkering 

Met ingang van juli 2009 wil de gemeente Utrecht werklozen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt verplichten om te werken met behoud van uitkering. De werklozen moeten 32 uur per week aan de slag in speciaal gecreëerde functies, zogenaamde participatieplaatsen (zie kader). De participatieplaatsen komen in de plaats van de DoeMee banen.

Het klinkt goed; geef werklozen met weinig kansen op een baan de gelegenheid om werkervaring op te doen. Het opdoen van werkervaring lijkt tenslotte de beste manier om de kansen op een baan te vergroten. Toch is de Werklozenbond geen voorstander van participatieplaatsen. Als je iets verder kijkt, blijken er namelijk nogal wat nadelen te zijn.
Wie werkt hoort een salaris te ontvangen, daarover zullen de meeste mensen het snel eens zijn. Dat salaris moet bovendien voldoen aan de wet op het minimumloon. Wie werkt op een participatieplaats ontvangt echter geen salaris, maar werkt ‘met behoud van uitkering’. Een alleenstaande die 32 uur per week werkt voor zijn uitkering, ‘verdient’ daarmee minder dan het minimumloon. Gelukkig mogen gemeenten boven op de uitkering een premie verstrekken van maximaal € 2.160 per jaar. Met dit bedrag zou een alleenstaande op een inkomen rond het minimumloon uitkomen. Gemeenten zijn echter vrij in het bepalen van de hoogte van de premie. Zo wil de gemeente Utrecht een premie van € 600 per jaar betalen.

Verrekening
Toch is zelfs met de maximale premie een inkomen op het niveau van het minimumloon niet verzekerd. Omdat ze een uitkering hebben, blijven mensen op een participatieplaats onder de verplichtingen van de WWB vallen, zoals verrekening van inkomsten. Dit betekent dat het inkomen van de partner van de uitkering wordt afgetrokken, zodat er zelfs niet voor een uitkering, maar voor nog minder gewerkt wordt.

Een ander bezwaar dat de Werklozenbond tegen de participatieplaatsen heeft, is dat niet duidelijk is wat precies verstaan wordt onder additioneel werk en wat de beoogde doelgroep is. Het creëren van additionele werkzaamheden kan al snel leiden tot inhoudsloos werk, waarin de werknemer niets nieuws leert. Dit betekent dat puur additioneel werk eigenlijk niet mogelijk is. Dat brengt echter een ander gevaar met zich mee, namelijk dat op een participatieplaats werk verricht gaat worden dat eerder betaald werk was. Iets dergelijks is onder de ID-banen gebeurd, toen schoolconciërges hun reguliere baan zagen veranderen in een ID-baan.
Participatieplaatsen zijn bedoeld voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In deze doelgroep zitten veel mensen die al verschillende trajecten zonder succes gevolgd hebben, omdat een reguliere baan er voor hen écht niet in zit. Het is onmenselijk om deze groep opnieuw allerlei verplichtingen op te leggen, terwijl duidelijk is dat ze nooit aan de eisen voor een baan kunnen voldoen. Voor mensen van wie dit nog niet duidelijk is, is een participatiebaan van twee jaar erg lang en zou al na een half jaar duidelijk moeten zijn of voortzetting van het traject zinvol is. Voor mensen die scholing krijgen aangeboden is twee jaar juist aan de korte kant. Bijstand ontvangen is niet vrijblijvend. Vanuit dat licht bezien is het misschien zo gek nog niet om bijstandgerechtigden te stimuleren om te participeren in de samenleving, bijvoorbeeld door het doen van vrijwilligerswerk. Het kan mensen net dat duwtje geven dat nodig is om te voorkomen dat ze in een sociaal isolement geraken. Mensen van wie verwacht kan worden dat ze op termijn in staat zijn in een baan te functioneren, bouwen bovendien een werkritme en een cv op. Op deze manier kan participeren nieuwe kansen bieden aan werklozen. De werklozenbond is dan ook voor het stimuleren van participatie, mits er aan een aantal eisen voldaan wordt. Zo moeten de werkzaamheden aansluiten bij de interesses en opleiding van de bijstandsgerechtigde. Iemand die is afgestudeerd als journalist, kan bijvoorbeeld worden ingezet als communicatiemedewerker. Dergelijk maatwerk voorkomt ongemotiveerde mensen. Bovendien zitten organisaties niet te wachten op mensen die alleen maar komen omdat ze anders een strafkorting op de uitkering krijgen.

Ontplooiing
Door het aanbieden van duale trajecten, met een combinatie van werken en leren, worden de kansen op een baan vergroot. Participeren enkel om het participeren kan de persoonlijke ontwikkeling in de weg staan en verkleint de kansen op een baan, waardoor mensen blijven opgesloten in de onderkant van de arbeidsmarkt. Ontplooiing betekent dat je de kans krijgt het beste uit jezelf te halen. Hiervoor heb je kennis en vaardigheden nodig. De vangnetbanen bieden deze ontplooiingskansen. Helaas zijn er in 2008 te veel vangnetsubsidies uitgereikt, waardoor dit instrument volgens de gemeente te duur geworden is om het nog langer voort te zetten. De keuze voor participatieplaatsen is dan ook vooral ingegeven door financiële overwegingen en niet door een heldere beleidsvisie. Als de participatieplaatsen er mochten komen, is het van belang dat de maximale premie wordt toegekend. Anders zal de toch al groeiende klasse van werkende armen de komende jaren fors gaan toenemen. Het ontvangen van loon voor je werk is een erkenning dat wat je doet de moeite waard is.

Gaten met gaten dichten
Met het wegvallen van een groot gedeelte van de gesubsidieerde arbeid is er een gat ontstaan in het aanbod tussen reguliere arbeid en sociale activering. Het is te hopen dat de participatieplaatsen dit gat met maatwerk weten te dichten en op die manier werklozen een kans tot ontplooiing op maat bieden.

Met de invoering van participatieplaatsen kan de gemeente bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt verplichten twee jaar lang 32 uur per week additionele werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. In uitzonderingsgevallen kan deze periode verlengd worden tot vier jaar. Additioneel werk betekent dat het werk geen reguliere functie mag verdringen. De bijstandsgerechtigde op een participatieplaats krijgt scholing aangeboden als dat de kansen op de arbeidsmarkt vergroot. Wie voldoende meewerkt om zijn kansen op een baan te vergroten, heeft recht op een premie van maximaal € 2.160 per jaar.
Laatst Geupdate ( 13 Oct 2009 om 15:51 )
© Werklozenbond | Colofon